Natuurlijk in beweging
-A +A

050 - 30 50 900

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

Heeft u een vraag? Wij hebben veelgestelde vragen én antwoorden op een rijtje gezet en per categorie uitgesplitst. De meeste antwoorden kunt u hierdoor snel online vinden. Staat het antwoord op uw vraag er niet tussen? Neem gerust contact met ons op.

Algemeen

United Care biedt een compleet scala aan transferhulpmiddelen, van glijzeil of touwladdertje tot aan plafondliften. De prijzen variëren van hulpmiddel tot hulpmiddel. Neem voor meer informatie contact op met United Care of klik hier om een offerte aan te vragen.

Wij begrijpen dat er zich situaties kunnen voordoen waarin u slechts een korte periode behoefte heeft aan een bepaald type hulpmiddel. Het tijdelijk huren van een hulpmiddel kan dan de voorkeur hebben. Uiteraard biedt United Care ook hierin een gepaste oplossing. Voor meer vragen of onze huurtarieven neemt u gerust contact op.

Actieve transfer

Een actieve lift, ook wel stalift genoemd, is een hulpmiddel dat mensen die niet meer zelfstandig kunnen opstaan, maar nog wel enige steun kunnen nemen op de benen, helpt met opstaan. Belangrijk is dat er enige steunfunctie op de benen mogelijk is, de cliënt voldoende schouderfunctie heeft om hieraan tot stand geholpen te worden en voldoende begrijpt wat de bedoeling is. Voor meer informatie klik hier.

Bea is een opstahulpmiddel voor mensen die nog wel de kracht hebben om te gaan staan, maar moeite hebben met lopen of de voeten te verplaatsen tijdens de transfer, zoals bijvoorbeeld bij het draaien van bed naar (rol)stoel. Doordat de zorgvrager gestimuleerd wordt om zelfstandig te gaan staan, dit in zijn eigen snelheid kan doen en rechtop kan gaan staan, zal de (op)stafunctie langer behouden blijven. Voor meer informatie klik hier.

Welk hulpmiddel het meest geschikt is zal vooral afhangen van de mate van eigen activiteit van de zorgvrager. Een eenvoudige beugel of steunpunt kan voor een cliënt in de actieve mobiliteitsklasse voldoende zijn. Cliënten in de geleid actieve mobiliteitsklasse kunnen ook vaak gebaat zijn bij een opstahulpmiddel zoals een actieve lift. Een cliënt in de passieve mobiliteitsklasse zal niet meer veilig en verantwoord kunnen staan en is daarom geholpen bij een passieve lift.

Passieve transfer

Een passieve lift wordt gebruikt in combinatie met een tilband, dit om de zorgvrager ondersteund te kunnen tillen. De maat van deze bijbehorende tilband wordt bepaald door de lichaamslengte en het postuur van de zorgvrager. Het type tilband en het materiaal zal afhangen van de wensen en eisen die gesteld worden aan de situatie, denk bijv. aan een toiletband of verblijfsband. Voor een overzicht van de tilbanden klik hier.


Een passieve lift maakt het mogelijk een cliënt in de passieve mobiliteitsklasse te verplaatsen van bijvoorbeeld bed naar rolstoel, zonder de zorgverlener fysiek te overbelasten. Door gebruik te maken van de afstandsbediening wordt middels motorische activering de tilbeweging door de tillift uitgevoerd. Door het van wielen voorziene onderstel is verplaatsen van de cliënt mogelijk van bijvoorbeeld bed naar stoel.

 

Ook een plafondlift is een zogenaamde passieve lift, waarbij de lift echter niet over de vloer wordt gereden, maar de plafondliftcassette wordt gereden door een rail gemonteerd aan het plafond.

 

Voor de verschillende typen tilliften klik hier.

Dit is uiteraard te veel om op te noemen. Essentieel is dat de lift veilig is, dat de tilband die wordt gebruikt veilig is, past aan het type tiljuk en geschikt is voor de cliënt (qua functie en maat). Verder is van belang dat dit het type voorziening (passieve lift) past bij de mobiliteitsklasse van de cliënt en de werksituatie geschikt is om de Wendy in te zetten (o.a onderrijdbaarheid bed, voldoende werkruimte etc). Voor meer informatie klik hier of raadpleeg United Care.

Er zijn situaties waarin het werken met een verrijdbare tillift niet de voorkeur heeft. Zoals bijvoorbeeld in kleine ruimtes of in ruimtes met een ondergrond die zich niet goed leent voor het rijden met een verrijdbare lift, zoals een zachte of indrukbare vloerbedekking, een ongelijke vloer en/of drempels. Ook kan het manoeuvreren en rijden met een lift zeer zwaar en fysiek belastend zijn, bijvoorbeeld wanneer een transfer gemaakt moet worden met een zorgvrager met een hoog lichaamsgewicht.

 

In deze situaties biedt een plafondlift uitkomst; het rijden van de cassette in de rail van de plafondlift geschiedt met een zeer lage weerstand. Het werken met een plafondlift biedt voordelen voor zowel de zorgverlener (lagere fysieke belasting, eenvoudiger en efficiënter werken), als voor de zorgvrager (meer comfort o.a. als gevolg van minder schommelbewegingen en eenvoudiger positioneren in stoel en bed), als voor beiden (meer persoonlijk contact). Uitvoeringen zijn mogelijk van een enkele monorail tot een compleet XY-systeem, waar bij het laatste de transfers op alle coördinaten in de ruimte gemaakt kunnen worden.

 

Voor meer informatie over mogelijkheden van plafondliften neem contact op of klik hier.

De allereerste tilliften waren uitgevoerd met een 2-puntsjuk, waarbij de tilband door middel van lussen werd bevestigd aan de haakjes van een kleerhanger-vormig tiljuk. De vier bevestigingspunten (van de schouderlussen en de beensliplussen) liggen in één lijn met elkaar (in het sagittale vlak). De zit- en lighouding tijdens de transfer wordt bepaald door de keuze van de lengte van de lussen en de keuze van het bevestigingspunt (uiteinde van het tiljuk of meer richting het midden). Langere lussen bij de schouderbevestiging en kortere bij de beenslips resulteert in een meer lighouding. Het al dan niet kruisen van de beenslips heeft invloed op de houding (meer of minder gespreide heupstand). De keuze van de gewenste houding tijdens de transfer moet van tevoren gemaakt worden, beïnvloeding van de houding is niet meer mogelijk indien eenmaal getild wordt.

 

Bij gebruikmaken van het 4-puntstiljuk hoeven deze keuzes niet van te voren gemaakt te worden, maar kan de lig- of zithouding beïnvloed worden tijdens het tillen van de zorgvrager. Kanteling van het juk zorgt voor meer of minder lighouding. De keuze waar de clip te bevestigen is inzichtelijker en zorgt daardoor voor minder foutieve bevestiging. De beide bevestigingspunten van de schouderclips liggen in één lijn met elkaar (in het sagittale vlak) en die van de beide beenclips ook, waarbij de schouderclips zich op afstand bevinden van de beenclips in het frontale vlak. Hierdoor worden de heupen van de zorgvrager tijdens het tillen met een 4-puntsjuk i.h.a. minder sterk gebogen, bieden de beenslips van de band een gelijkmatigere ondersteuning van de bovenbenen  en schuiven de beenslips minder richting de liezen. De zithouding in een band met een 4-puntsclip bevestiging is over het algemeen comfortabeler dan die in een band met 2-puntslussenbevestiging.

 

Desondanks kan de voorkeur toch uitgaan naar een 2-puntsjuk. Voor meer informatie hierover neem contact op met United Care.

Hygiëne hulpmiddel

Wanneer de zorgvrager niet meer kan lopen of langere tijd stabiel kan blijven staan (waardoor een vast douchezitje, beugels in de badkamer of een opstahulpmiddel niet toereikend zijn) en wassen op bed niet gewenst is, kan de inzet van een douchestoel of douchebrancard het douchen (weer) mogelijk maken.

 

Of het beste een douchestoel of een douchebrancard kan worden gebruikt wordt onder andere bepaald door de mate van eigen activiteit van de zorgvrager, diens hoofdstabiliteit, persoonlijke voorkeur en verdere wensen en eisen omtrent verzorging.

 

Inzet van een adequaat hulpmiddel tijdens het douchen en verzorgen zorgt ervoor dat de fysieke belasting voor de zorgverlener, als gevolg van langdurig in een ongunstige werkhouding staan (statische belasting), kan worden voorkomen doordat het hulpmiddel op de juiste werkhoogte kan worden ingesteld. Het gebruikmaken van de kantelverstelling van de douchestoel maakt het wassen en verzorgen eenvoudiger doordat het onderlichaam beter bereikbaar is, tevens verhoogt de kantelverstelling het zitcomfort voor de zorgvrager.

 

Voor meer informatie over douchestoelen en –brancards, klik hier.

Ook wanneer baden de voorkeur heeft boven douchen of wassen op bed is het voor de zorgverlener uiteraard wenselijk de zorgvrager goed te kunnen verzorgen zonder langdurig in ongunstige, fysiek belastende werkhoudingen te staan. Een in hoogte verstelbaar bad voorkomt, wanneer goed ingesteld, het in ver voorover gebogen houdingen staan. Alle lichaamsdelen van de zorgvrager kunnen zo, zonder fysieke overbelasting, goed bereikt en verzorgd worden. Tevens draagt de kantelverstelling van het bad bij aan meer ligcomfort voor de zorgvrager.

Transfer uitvoeren

Inzet van een transferhulpmiddel is vereist wanneer zelfstandig uitvoeren van de transfer niet (meer) mogelijk is en het uitvoeren van de transfer fysiek te belastend is voor de zorgverlener. Ook wanneer de transfer onveilig of oncomfortabel is voor de zorgvrager kan inzet van een hulpmiddel voordelen bieden. Tevens kan bij inzet van bepaalde hulpmiddelen de zorgvrager meer zelfstandigheid verkrijgen. Bij de keuze van het hulpmiddel dient uiteraard zowel rekening gehouden te worden met de mogelijkheden van de zorgvrager als met de mate van fysieke belasting voor de zorgverlener.

Een actieve lift (ook wel stalift genoemd) ondersteunt de zorgvrager tijdens het opstaan, een passieve lift (ook wel tillift genoemd) tilt de zorgvrager volledig op. Bij de eerstgenoemde steunt de zorgvrager met de voeten op een plateau, onderdeel van de stalift; bij de laatstgenoemde wordt de zorgvrager gedragen in een tilband.

Wanneer het voor de zorgvrager moeilijk of onmogelijk is om van lig tot zit op de bedrand te komen, kunnen diverse hulpmiddelen ingezet worden om de zelfstandigheid zo lang mogelijk te behouden. Kleine hulpmiddelen zoals een vaste bedbeugel of touwladder (klik hier voor meer informatie) geven soms voldoende houvast om overeind te kunnen komen. Ook de verstelbaarheid van de hoofdsteun van het bed kan uitkomst bieden.

 

Om de draai tot zit op de bedrand te vergemakkelijken, kan een zachte draaischijf worden ingezet (klik hier voor meer informatie). Een gladde onderlaag of glijlaken (voor meer informatie klik hier) maakt het de zorgvrager makkelijker zelfstandig zijwaarts te schuiven in bed of te draaien.


Wanneer inzet van deze kleine hulpmiddelen niet afdoende is en er meer hulp nodig is, kan Betty ondersteuning bieden. Zowel het in als het uit bed komen kunnen hiermee ondersteund worden. Daarnaast kan Betty ook veel steun geven tijdens het draaien in bed en het hogerop in bed komen. Voor meer informatie klik hier.

De beste manier is uiteraard: níet tillen! Fysieke overbelasting is een groot risico binnen de zorg. Door de zorgvrager zo veel mogelijk zelf te laten doen wordt de zorgverlener zo min mogelijk fysiek belast. Het laten uitvoeren van alles wat de zorgvrager zelf kan betekent immers maximaal stimuleren van zelfredzaamheid en een minimale fysieke belasting voor de zorgverlener. Een veelgehoord credo binnen de zorg is : “Use it or loose it”; spieren die niet gebruikt worden, zullen aan kracht verliezen, oftewel: alles wat een zorgvrager niet oefent, zal hij op een gegeven moment niet meer kunnen.

 

Wanneer er toch begeleiding of hulp geboden moet worden, houd dan rekening met de natuurlijke bewegingspatronen van de zorgvrager en de normen die gelden voor fysieke overbelasting (zgn. praktijkrichtlijnen fysieke belasting). Voor meer informatie omtrent scholingen en trainingen klik hier.

De term lage transfer wordt gebruikt voor een transfer van zit naar zit, bijvoorbeeld vanaf bedrand naar rolstoel, waarbij de zorgvrager zich slechts een klein stukje opstrekt vanaf de zitting of het matras en vervolgens de draai maakt, al dan niet met een hulpmiddel (zoals een transferplank of draaischijf) of met hulp van een zorgverlener.
Voor meer informatie over transferplank of draaischijf klik hier.

Een weegunit is een accessoire, te gebruiken aan een tillift, wanneer de zorgvrager niet meer kan staan en lopen. Hierdoor kan diens lichaamsgewicht niet meer bepaald worden met behulp van een weegschaal. Alternatieven kunnen zijn een weegstoel (zorgvrager gaat hierin zitten of wordt hierin geplaatst met behulp van een lift) of een weegplateau (zorgvrager wordt zittend in de rolstoel gewogen). Voordeel van een weegunit aan de tillift is dat, indien er toch transfer moet plaatsvinden, het lichaamsgewicht tegelijkertijd kan worden bepaald en er nadien geen aparte handeling verricht hoeft te worden met weegstoel of –plateau.

 

Neem voor meer informatie over de weegunit contact op.

Manuele transferhulpmiddelen en tilbanden

Een glijzeil is een transfer- en draaihulpmiddel bij verplaatsingen binnen de grenzen van het bed, zoals het draaien op de zij en het zijwaarts of hogerop verplaatsen van de zorgvrager. Ook kan een glijzeil ingezet worden bij horizontale verplaatsingen van bed naar douchebrancard.

 

Wanneer bovenstaande verplaatsingen moeilijk of pijnlijk zijn voor de zorgvrager en/of fysiek belastend voor de zorgverlener, kan het gebruik maken van een glijzeil voordelen bieden voor beiden. Afhankelijk van de mate van eigen activiteit van de zorgvrager zal er veel of weinig hulp nodig zijn van een zorgverlener om deze verplaatsing of het draaien van en naar de zij uit te voeren. Doordat zowel bij het hogerop positioneren in bed als bij het draaien, het glijden over de gladde onderlaag minder afzetkracht vergt van de zorgvrager, kan inzet van een glijzeil de zelfstandigheid van de zorgvrager bevorderen.

 

Voor meer informatie over glijzeilen klik hier.

United Care heeft een groot assortiment aan tilbanden, met ieder een eigen toepassingsgebied, bepaald door materiaal en model. Binnen het assortiment vallen onder andere de standaard model tilbanden, al dan niet voor badgebruik, de toiletbanden, de verblijfsbanden, comfort tilbanden, amputatietilbanden en anti-spasmebanden. Voor de stalift zijn er rugsteunbanden en tilvesten. Ook op maat gemaakte tilbanden behoren tot de mogelijkheden.

 

Voor een compleet overzicht van onze tilbanden klik hier.

Neem bij twijfel over de juiste tilband gerust contact op met United Care.

Standaard tilbanden geven bij cliënten met een beenamputatie vaak onvoldoende ondersteuning om een veilige transfer hierin mogelijk te maken. De voor de stomp te ruime opening aan de onderzijde van de band veroorzaakt een risico tot doorheen zakken, aangezien het been, door de afwezigheid van een knie of onderbeen, niet tegengehouden zal worden door de beenslip. De stomp zal mede als gevolg van de zwaartekracht, hierdoor eerder schuiven richting de opening.

 

Door het creëren van een kleinere opening in de tilband zal meer ondersteuning geboden worden aan het bekken en de heupen. De zwaartekracht zal er in dit geval niet voor zorgen dat de stomp weg kan glijden richting de opening. Bij een amputatie onder de knie kan veelal ook een comfortband worden ingezet, die net als een amputatieband een nauwere opening heeft, maar in tegenstelling hiermee langere beenslips.

 

Bij twijfel over inzet van de juiste tilband, schroom niet om United Care te raadplegen.

Wanneer de zorgvrager een goede stafunctie heeft, maar moeite heeft met het verplaatsen van de voeten, kan een draaischijf ingezet worden. Hiermee kan bijvoorbeeld de transfer van zit op de bedrand naar stoel gemaakt worden, de voeten staan hierbij op de draaischijf. Klik hier voor meer informatie over de draaischijf.

 

Ook bestaan er zachte draaischijven om de transfer op het bed te vergemakkelijken, bijvoorbeeld van zit op de bedrand tot lig. Klik hier voor meer informatie.

Mobiliteit en zelfredzaamheid

Op basis van de mobiliteit van cliënten wordt er een onderverdeling gemaakt in de zogeheten mobiliteitsklassen. Bij het kiezen van het juiste hulpmiddel of de juiste techniek is de mobiliteit van de cliënt zeer bepalend. Naarmate de cliënt minder kan, is er immers meer begeleiding nodig en neemt de kans op fysieke overbelasting toe.

 Mobiliteitsklasse | actief

Actief 

De zorgvragers in deze mobiliteitsklasse kunnen in de meeste gevallen de handeling zelfstandig uitvoeren of hebben nauwelijks hulp van een zorgverlener nodig. Wanneer een zorgvrager wel hulp nodig heeft, zal deze fysiek niet belastend zijn voor de zorgverlener.

 

 Mobiliteitsklasse | Geleid actief

Geleid actief

Wanneer zorgvragers niet in staat zijn de handeling zelfstandig uit te voeren, dient de hulp zodanig te worden gegeven dat de zorgverlener zich fysiek niet overbelast. De fysieke belasting dient binnen de gestelde grenzen te blijven. Een andere mogelijkheid is het gebruiken van transferhulpmiddelen. Het stimuleren van de zelfredzaamheid is van groot belang.

 

 Mobiliteitsklasse | Passief

 

Passief 

De zorgvragers in deze mobiliteitsklasse zijn niet in staat een handeling zelfstandig uit te voeren omdat dit niet in hun lichamelijke of geestelijke vermogens ligt. Zij beschikken nog wel over enige activiteit, maar te weinig om een handeling in te kunnen zetten. De zorgverlener kan geen hulp bieden zonder zich fysiek te belasten. Hij / zij dient gebruik te maken van hulpmiddelen die deze fysieke belasting voor een groot deel of helemaal overneemt.

 

 

Zelfredzaamheid betekent regie over eigen handelen en leven. Ook veel zorgvragers hebben deze wens. Het maximaal stimuleren van zelfredzaamheid vergroot vaak de eigenwaarde van de zorgvrager en geeft meer levensvreugde.

 

Een veelgehoord credo binnen de zorg is : “Use it or loose it”; spieren die niet gebruikt worden, zullen aan kracht verliezen, oftewel: alles wat een zorgvrager niet oefent, zal hij op een gegeven moment niet meer kunnen. Dit met een lagere zelfredzaamheid als gevolg. Een bijkomend voordeel van het stimuleren van zelfredzaamheid door het laten uitvoeren van alles wat de zorgvrager zelf kan, is een reductie aan fysieke belasting voor de zorgverlener.

Zelfredzaamheid betekent regie over eigen handelen en leven. Ook veel zorgvragers hebben deze wens. Het maximaal stimuleren van zelfredzaamheid vergroot vaak de eigenwaarde van de zorgvrager en geeft meer levensvreugde.

 

Een veelgehoord credo binnen de zorg is : “Use it or loose it”; spieren die niet gebruikt worden, zullen aan kracht verliezen, oftewel: alles wat een zorgvrager niet oefent, zal hij op een gegeven moment niet meer kunnen. Dit met een lagere zelfredzaamheid als gevolg. Een bijkomend voordeel van het stimuleren van zelfredzaamheid door het laten uitvoeren van alles wat de zorgvrager zelf kan, is een reductie aan fysieke belasting voor de zorgverlener.

 

Wellicht overbodig te melden, maar: houd altijd rekening met de mogelijkheden van de zorgvrager, gebruik een passend hulpmiddel, laat de zorgvrager zoveel mogelijk zelf doen en geef net iets minder dan de zorgvrager vraagt. En: werk vanuit een positieve benadering!