Welke mobiliteitsklassen zijn er?

Op basis van de mobiliteit van cliënten wordt er een onderverdeling gemaakt in de zogeheten mobiliteitsklassen. Bij het kiezen van het juiste hulpmiddel of de juiste techniek is de mobiliteit van de cliënt zeer bepalend. Naarmate de cliënt minder kan, is er immers meer begeleiding nodig en neemt de kans op fysieke overbelasting toe.

 Mobiliteitsklasse | actief

Actief 

De zorgvragers in deze mobiliteitsklasse kunnen in de meeste gevallen de handeling zelfstandig uitvoeren of hebben nauwelijks hulp van een zorgverlener nodig. Wanneer een zorgvrager wel hulp nodig heeft, zal deze fysiek niet belastend zijn voor de zorgverlener.

 

 Mobiliteitsklasse | Geleid actief

Geleid actief

Wanneer zorgvragers niet in staat zijn de handeling zelfstandig uit te voeren, dient de hulp zodanig te worden gegeven dat de zorgverlener zich fysiek niet overbelast. De fysieke belasting dient binnen de gestelde grenzen te blijven. Een andere mogelijkheid is het gebruiken van transferhulpmiddelen. Het stimuleren van de zelfredzaamheid is van groot belang.

 

 Mobiliteitsklasse | Passief

 

Passief 

De zorgvragers in deze mobiliteitsklasse zijn niet in staat een handeling zelfstandig uit te voeren omdat dit niet in hun lichamelijke of geestelijke vermogens ligt. Zij beschikken nog wel over enige activiteit, maar te weinig om een handeling in te kunnen zetten. De zorgverlener kan geen hulp bieden zonder zich fysiek te belasten. Hij / zij dient gebruik te maken van hulpmiddelen die deze fysieke belasting voor een groot deel of helemaal overneemt.